Het SDEN 3-examen test niet alleen feiten over druivenrassen en wijnregio's, maar ook begripskennis: kun jij uitleggen wat terroir is, hoe malolactische gisting werkt en wat het verschil is tussen een cru en een grand cru? Dit overzicht behandelt alle essentiële wijnbegrippen die regelmatig op het examen voorkomen, met heldere definities en praktische context.
Elk begrip heeft ook een eigen encyclopediepagina in de Wijnbegrippen Encyclopedie met uitgebreide uitleg en voorbeelden.
Tannines zijn polyfenolen die voorkomen in druivenschillen, pitten en stelen, maar ook in eiken. Ze geven rode wijn zijn droge, samentrekkende mondgevoel. Hoge tannine: Nebbiolo (Barolo), Cabernet Sauvignon. Lage tannine: Pinot Noir, Gamay. Tannine werkt als conserveermiddel en neemt af bij veroudering (tannines polymeriseren en neerslaan).
Zuurgraad is essentieel voor frisheid, balans en het verouderingspotentieel van wijn. Hoge zuurgraad: Riesling, Champagne, Chablis, Sauvignon Blanc. Lage zuurgraad: Viognier, Gewurztraminer, Grenache. Koele klimaten produceren hogere zuurgraad; warme klimaten lagere. Zuurgraad wordt geuit in pH en totaalzuurgraad (TA in g/l).
Body verwijst naar het gewicht en de vulling van de wijn in de mond. Lichte body: Muscadet, Pinot Grigio, Vinho Verde. Volle body: Barossa Shiraz, Châteauneuf-du-Pape, Barolo. Body wordt bepaald door alcoholgehalte, restzuiker, glycerol en extractie.
Aroma's worden ingedeeld in drie typen: primaire aroma's (van de druif — fruit, bloemen), secundaire aroma's (van de gisting — gist, brood) en tertiaire aroma's/bouquet (van rijping — leer, tabak, paddenstoelen). Een goed getrainde neus herkent de gisting- en rijpingsaromatiek die per wijnstijl varieert.
Vinificatie is het proces van het omzetten van druivensap naar wijn. Het omvat: oogst, persing, voorvergisting, alcoholische gisting, afsteken (decanting), optionele malolactische gisting, élevage (rijping), en botteling. Bij rode wijn is maceratie onderdeel van het proces; bij witte wijn wordt de most direct geperst zonder velextractie.
MLF is een bacterieel proces waarbij het scherpe appelzuur (malic acid) wordt omgezet naar het zachtere melkzuur (lactic acid). Resultaat: lagere zuurgraad, romigere textuur, boteraroma (diacetyl). Bijna alle rode wijnen ondergaan MLF. Bij witte wijnen is het een bewuste keuze — Bourgogne Chardonnay wel (romig), Muscadet/Sancerre niet (friszuur).
Maceratie is het contact van druivensap (most) met de schillen en pitten tijdens of na de gisting. Hierbij worden kleur (anthocyanen), tannine en geurstofprecursoren geëxtraheerd. Hoe langer de maceratie, hoe dieper de kleur en hoe hoger de tanninextractie. Bij rosé-wijn is de maceratie kort (enkele uren); bij krachtige rode wijnen kan het weken duren.
Rijping in eiken vaten (barriques van 225 liter of groter) geeft wijn extra complexiteit: vanille, toast, kokosnoot, specerijen (nieuwe eiken) en zachter tanninetextuur (micro-oxygenatie). Nieuw Frans eiken heeft de sterkste invloed; nieuwe Amerikaans eiken geeft meer kokos en zoet. Oud eiken is neutraal maar biedt wel micro-oxygenatie.
Lie-rijping (sur lie) is het rijpen van wijn op het gistdepot (dode gistcellen) na de gisting. Dit geeft biscuit-, brood- en cremeuze aroma's, plus meer textuur en body. Verplicht voor Muscadet sur lie (minimaal één winter), centraal bij Champagne (minimaal 15 maanden NV, 36 maanden vintage) en courant bij premium Chardonnay.
Terroir is het Franse concept dat de invloed van de natuurlijke omgeving op de wijn beschrijft: bodemtype, hellingshoek, hoogte, microklimaat, waterhuishouding. Het verklaart waarom twee buurwijngaarden met dezelfde druif en dezelfde wijnmaker toch andere wijnen produceren. Bourgogne heeft het concept van terroir verfijnd met zijn grand cru/premier cru-systeem.
Een appellatie is een geografisch afgebakend wijngebied met wettelijke regels: welke druivenrassen zijn toegestaan, minimale rijpheidsgraad, maximale opbrengst per hectare, minimale rijping. In Europa: PDO (Beschermde Oorsprongsbenaming) is de overkoepelende EU-term. Per land: AOC (Frankrijk), DOC/DOCG (Italië), DO/DOCa (Spanje), DAC (Oostenrijk), QbA/Prädikatswein (Duitsland).
Cru betekent letterlijk "groei" (lieu de croissance — groeiplek). Het verwijst naar een specifieke wijngaard of perceel met bijzondere kwaliteitskenmerken. In Bordeaux duidt het op een geclassificeerd château (Premier Cru Classé). In Bourgogne op een specifiek klimaat (premier cru) of grand cru. In Beaujolais op een van de tien Beaujolais Crus (Fleurie, Moulin-à-Vent, etc.).
Grand Cru is de hoogste kwaliteitsaanduiding voor specifieke wijngaarden. In Bourgogne zijn er 33 grand cru-klimaten die de absolute top vertegenwoordigen (Romanée-Conti, Le Montrachet, Chambertin). In de Elzas zijn er 51 grand cru-wijngaarden. In Bordeaux wordt Grand Cru Classé gebruikt in Saint-Émilion. In Champagne verwijst het naar dorpen met de hoogste druifprijzen.
Mousserende wijn bevat koolzuurgas (CO₂) dat resulteert in bubbels. De methode bepaalt de kwaliteit: méthode traditionnelle (tweede gisting op fles — Champagne, Cava, Crémant) geeft de fijnste en meest aanhoudende bubbels en complexe gistautolysearoma's. Cuve close/Charmat-methode (tweede gisting in tank — Prosecco) is goedkoper en behoudt meer fruitaroma's.
Dosage is de toevoeging van een liqueurd'expédition (mengsel van wijn en rietsuiker) na het dégorgeren van Champagne of andere traditionele mousserenden. De hoeveelheid bepaalt de zoetheidscategorie: Brut Nature (0 g/l), Extra Brut (<6 g/l), Brut (<12 g/l), Extra Dry (12-17 g/l), Dry (17-32 g/l), Demi-Sec (32-50 g/l), Doux (>50 g/l).
Residueel suiker (RS) is de hoeveelheid suiker die overblijft na de gisting, uitgedrukt in g/l. Droog: <4 g/l, halfdroog: 4-12 g/l, halfzoet: 12-45 g/l, zoet: >45 g/l. Bij Riesling Spätlese kan de RS hoog zijn maar wordt gebalanceerd door de hoge zuurgraad, waardoor de wijn niet kleverig zoet smaakt.
Karafferen (decanting) heeft twee doelen: sediment scheiden bij oude wijnen, en jonge wijnen luchten (oxideren) zodat ze meer open komen. Jonge krachtige rode wijnen profiteren van luchting (Barolo, Bordeaux). Oude wijnen worden voorzichtig gedecanteeerd om het sediment achter te houden en de wijn te openen zonder overoxidatie.
Verdiep je in alle begrippen via de Wijnbegrippen Encyclopedie. Oefen met 1.238 SDEN 3 examenvragen.
Klimaat is onderdeel van terroir. Terroir omvat alle natuurlijke factoren: bodem, ondergrond, hellingshoek, hoogte, waterhuishouding én klimaat (macro-, meso- en microklimaat). Klimaat verwijst specifiek naar weerpatronen en temperatuur.
Dat samentrekkende gevoel wordt veroorzaakt door tannines, polyfenolen afkomstig uit druivenschillen, pitten en stelen. Tannines binden aan eiwitten in speeksel en veroorzaken zo het droge, samentrekkende mondgevoel.
Nee. MLF is een bewuste keuze van de wijnmaker. Witte wijnen voor wie frisheid en hoge zuurgraad belangrijk zijn (Muscadet, Sancerre, Chablis) ondergaan vaak geen MLF. Volle witte wijnen zoals rijke Bourgogne Chardonnay ondergaan doorgaans wél MLF voor extra romigheid.
Bij Brut Champagne is de dosage minder dan 12 g/l restzuiker. Extra Brut heeft minder dan 6 g/l. Brut Nature (zero dosage) heeft geen toegevoegd suiker (0 g/l). Hoe lager de dosage, hoe droger en strakker de Champagne.
Test je kennis met officiële SDEN 3 examenvragen — gratis 15 demo-vragen, volledige toegang via abonnement.
Naar oefenvragen → Bekijk abonnementen