Druivenkunde 12 min leestijd 5 augustus 2025

SDEN3 flashcards: de 50 begrippen die je moet kennen

Waarom begrippen kennen zo belangrijk is

Veel SDEN3-examenvragen zijn eigenlijk terminologievragen in vermomming. Als je weet wat "malolactische fermentatie" is, snap je waarom een Chardonnay boteriger smaakt. Als je "Botrytis cinerea" kent, begrijp je hoe Sauternes gemaakt wordt. Begrippen zijn de sleutel tot begrip.

Hieronder staan de meest gevraagde begrippen, onderverdeeld per categorie.

Wijnbouw en terroir

Appellation d'Origine Protégée (AOP)
Europese beschermde oorsprongsbenaming. Vervangt de oude AOC in Frankrijk en DOC in Italië (officieel).
Terroir
De combinatie van bodem, ondergrond, klimaat, hoogteligging en microklimaat die een wijn zijn unieke karakter geeft.
Mesoklimaaat
Het specifieke klimaat van een beperkt wijngebied, kleiner dan een regio maar groter dan één perceel.
Diurnaal verschil
Het temperatuurverschil tussen dag en nacht. Groot diurnaal verschil (bijv. Mendoza, Mosel) bevordert aromabehoud en zuurgraad.
Gobelet / Bush vine
Ongeleide groeivorm waarbij de stam vrij groeit. Typisch voor droge gebieden (Rhône, Priorat).
Veraison
Het moment waarop de druiven beginnen te kleuren en rijpen. Eindigt de groeiperiode en start de rijpingsperiode.
Botrytis cinerea
Schimmel die onder specifieke omstandigheden edele rotting veroorzaakt. Concentreert suikers. Noodzakelijk voor Sauternes, Trockenbeerenauslese.

Wijnbereiding (vinificatie)

Alcoholische fermentatie
Omzetting van suikers in alcohol en CO2 door gisten. Basis van elke wijnbereiding.
Malolactische fermentatie (MLF)
Omzetting van het scherpe appelzuur naar het zachtere melkzuur door bacteriën. Maakt wijnen ronder en minder scherp. Typisch voor rode wijnen en volle witte wijnen (Bourgogne Chardonnay).
Maceratie
Contact tussen druivensap en schillen (en pitten) tijdens of na fermentatie. Extraheert kleur, tannine en aroma's. Hoe langer, hoe meer extractie.
Chaptalisatie
Toevoegen van suiker aan het most vóór fermentatie om het alcoholgehalte te verhogen. Toegestaan in koele klimaten (Bourgogne, Bordeaux), verboden in warme klimaten (Spanje, Australië).
Assemblage
Het blenden van verschillende partijen, percelen of druivenrassen tot de eindwijn.
Méthode champenoise / méthode traditionnelle
Productiemethode waarbij de tweede fermentatie in de fles plaatsvindt. Verplicht voor Champagne. Produceert fijne, persistente belletjes.
Charmat methode (cuve close)
Tweede fermentatie in grote drukvaten. Goedkoper dan méthode champenoise. Typisch voor Prosecco.
Dosage
Toevoeging van een mengsel van wijn en suiker (liqueur d'expédition) na dégorgement. Bepaalt de zoetheid van Champagne (Brut, Extra Brut, Demi-Sec).

Classificaties en wetgeving

AOC / AOP
Appellation d'Origine Contrôlée / Protégée. Hoogste kwaliteitsklasse in Frankrijk. Regelt gebied, druivenrassen, opbrengst en productiemethode.
IGP (Indication Géographique Protégée)
Tweede kwaliteitsklasse in Europa. Minder strenge regels dan AOP. Vin de Pays in Frankrijk, IGT in Italië.
DOCG (Denominazione di Origine Controllata e Garantita)
Hoogste kwaliteitsklasse in Italië. Strengere eisen dan DOC. Voorbeelden: Barolo, Barbaresco, Chianti Classico.
IGT (Indicazione Geografica Tipica)
Derde klasse Italië. Meer vrijheid qua druivenrassen. Super Tuscans (Sassicaia, Ornellaia) vallen hier onder.
VDP (Verband Deutscher Prädikatsweingüter)
Privé-classificatie voor de beste Duitse wijngoederen. Vier niveaus: Gutswein, Ortswein, Erste Lage (premier cru), Grosses Gewächs (grand cru).
Prädikatswein
Hoogste officiële kwaliteitsklasse in Duitsland. Zes niveaus op basis van rijpheid druiven: Kabinett, Spätlese, Auslese, Beerenauslese, Eiswein, Trockenbeerenauslese.
DOCa (Spanje)
Denominación de Origen Calificada. Hoogste Spaanse klasse, tot nu toe alleen Rioja en Priorat.

Proeven en smaak

Tannine
Polyfenolen uit schillen, pitten en eikenhout. Geven een samentrekkend gevoel in de mond. Hoog in Cabernet Sauvignon, Nebbiolo. Laag in Pinot Noir.
Aciditeit (zuurgraad)
Zuren in wijn (appelzuur, wijnsteenzuur, melkzuur). Hoge zuurgraad = frisser, beter houdbaar. Hoog in Riesling, Champagne, Bourgogne.
Residueel suiker (RS)
Suiker dat na fermentatie overblijft. Droge wijnen hebben < 4 g/l RS. Zoete wijnen kunnen honderden grammen per liter bevatten.
Finish / afdronk
Hoe lang de smaak blijft hangen na het slikken. Lange finish = kwaliteitsindicator.
Terroir-expressie
De mate waarin een wijn de kenmerken van zijn specifieke groeiplaats weerspiegelt.

De volledige set van 1.042 flashcards is beschikbaar in het platform voor abonnees. Oefen dagelijks met spaced repetition om begrippen duurzaam te onthouden.

Klaar om te oefenen?

Probeer 15 gratis examenvragen — geen account nodig.

Start gratis proeverij →